Je huurt een uitzendkracht, gedetacheerde of andere externe arbeidskracht in. De leverancier regelt alles wel, toch? Met de komst van de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta) ligt dit net wat anders. Ook als opdrachtgever krijg je met de nieuwe regels te maken.
De Wtta stelt eisen aan ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Maar voor jou betekent dit ook iets: je wil weten met welke partijen je werkt, welke afspraken je maakt, en hoe je grip houdt op je externe inhuur. Zeker nu de regels veranderen.
De Wtta verandert daarmee niet alleen wat uitleners moeten regelen. Als opdrachtgever moet je ook weten van wie je arbeidskrachten inhuurt, wat de status van die uitlener is en hoe je dat binnen je organisatie organiseert.
De wet introduceert een toelatingsstelsel voor ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Zij moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om arbeidskrachten te mogen blijven uitlenen. Met deze wet wil de overheid misstanden rondom arbeidskrachten voorkomen en de positie van arbeidskrachten versterken.
Ook als opdrachtgever krijg je met de Wtta te maken. Vanaf 1 januari 2027 start de overgangsperiode. Vanaf 1 juli 2027 kun je in het openbare register controleren welke status een uitlener heeft: toegelaten, vrijgesteld of aangemeld voor de overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2028 geldt de toelatingsplicht voor inleners. Vanaf dat moment mag je alleen nog arbeidskrachten inhuren van een toegelaten uitlener, een uitlener met ontheffing of een uitlener die onder de overgangsregeling valt.
Daarnaast krijg je als opdrachtgever te maken met een administratieplicht. Je moet vastleggen welke werknemers je van welke uitlener hebt ingeleend.
Dit betekent niet dat je als opdrachtgever de rol van toezichthouder overneemt. Wel is het belangrijk dat je weet met welke partijen je samenwerkt, welke status zij hebben en welke afspraken en administratie daarbij horen.
De vraag is daarom niet alleen of je uitlener aan de regels voldoet. Het gaat er ook om hoe jij als opdrachtgever je inhuur organiseert.
De Wtta vraagt om meer overzicht over je externe inhuur. Je wilt weten met welke uitleners je werkt, welke status zij hebben en welke arbeidskrachten je via hen inhuurt. Dat vraagt om duidelijke afspraken over wie binnen je organisatie informatie verzamelt, controles uitvoert en wijzigingen opvolgt.
Breng daarom je uitleners in kaart. Met welke partijen werk je op dit moment? Welke vormen van externe arbeid huur je in? En waar leg je de gegevens over deze inhuur vast? Als verschillende afdelingen of managers zelf externe arbeidskrachten inhuren, is het extra belangrijk dat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.
Ook het openbare register krijgt een plek in je inhuurproces. Vanaf 1 juli 2027 kun je daarin de status van een uitlener controleren. Spreek daarom binnen je organisatie af wie deze controle uitvoert en wanneer je dit doet. Bijvoorbeeld bij de start van een nieuwe samenwerking, maar ook wanneer de status van een uitlener verandert.
De Wtta vraagt daarmee niet om één extra vinkje, maar om een proces waarin duidelijk is wie welke informatie controleert, vastlegt en opvolgt. Zo houd je grip op je externe inhuur en is duidelijk wie wanneer in actie komt.

De Wtta geeft je als opdrachtgever ook een aanleiding om het gesprek met je uitleners aan te gaan. Niet alleen om te vragen of alles geregeld is, maar om helder te krijgen wat de nieuwe regels betekenen voor jullie samenwerking.
Je kunt bijvoorbeeld vragen:
Met dit soort vragen krijg je niet alleen inzicht in de status van je leverancier, maar bespreek je ook wat praktisch verandert. Dat maakt de Wtta onderdeel van het reguliere leveranciersgesprek.
Je hoeft als opdrachtgever geen Wtta-specialist te zijn. Maar je wil wel weten welke vragen je moet stellen, wanneer je moet doorvragen, en welke afspraken je maakt.
De Wtta maakt het belangrijker om te weten met welke uitleners je werkt en welke status zij hebben. Maar professioneel inhuren gaat verder dan controleren of een leverancier aan de toelatingseisen voldoet.
Een toegelaten uitlener betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat het ook de juiste leverancier is voor jouw organisatie. De Wtta zegt iets over de voorwaarden waaronder arbeidskrachten ter beschikking mogen worden gesteld. Het zegt niet of je de juiste vorm van externe arbeid kiest, of je afspraken aansluiten bij wat je organisatie nodig heeft en of je de samenwerking met je leverancier goed hebt ingericht.
Juist daarom is de Wtta een goed moment om ook naar je eigen inhuurproces te kijken. Waarom zet je externe arbeid in? Welke vorm past bij de vraag van je organisatie? Welke afspraken maak je met je leverancier? En wie neemt binnen je organisatie de regie?
Zo wordt de Wtta meer dan een nieuwe regel om te controleren. Het is een aanleiding om bewuster te kijken naar je keuzes, je leveranciers en de manier waarop je externe arbeid organiseert.
De Wtta geeft je als opdrachtgever een goede aanleiding om je externe inhuur onder de loep te nemen. Niet alleen om te weten welke regels gelden, maar ook om bewustere keuzes te maken, verantwoordelijkheden helder te verdelen en sterker het gesprek met leveranciers te voeren.
Wil je daar als opdrachtgever verder mee aan de slag? In de training Professioneel inhuren van externe arbeid leer je hoe je externe arbeid professioneel organiseert, van het maken van de juiste inhuurkeuzes tot het voeren van sterke gesprekken met leveranciers.
Zo gebruik je de veranderingen rondom de Wtta als aanleiding om niet alleen aan de regels te voldoen, maar ook professioneler te gaan inhuren.