Wet meer zekerheid flexwerkers aangenomen door de Tweede Kamer

Lianne Brouwer 15 mei 2026 2 min
Categorie: Wet & Regelgeving

Op 12 mei is de Wet meer zekerheid flexwerkers door de Tweede Kamer aangenomen. Deze wet moet gaan zorgen voor meer zekerheid voor werknemers met een flexibel arbeidscontract. Als ook de Eerste Kamer ook instemt kan het wetsvoorstel per 1 januari 2028 in werking treden. Een uitzondering hierop is het voorstel voor gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Deze bepaling moet ingaan op 1 januari 2027.

Omdat er tijdens de behandeling in de Tweede Kamer nog een aantal amendementen zijn aangenomen, is de wet op sommige punten anders geworden dan de oorspronkelijke versie. Wij nemen je mee in de belangrijkste punten.

Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten

Indien de Eerste Kamer instemt met de wet, gaat deze bepaling al op 1 januari 2027 in.

Uitzendkrachten krijgen wettelijk recht op arbeidsvoorwaarden die minimaal gelijkwaardig zijn aan medewerkers in dienst bij de opdrachtgever in een vergelijkbare functie.

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is ook een belangrijk amendement aangenomen: de minister krijgt de mogelijkheid om specifieke arbeidsvoorwaarden verplicht gelijk te trekken als het systeem van “gelijkwaardigheid” in de praktijk tot misbruik of onderbetaling leidt.

Nulurencontracten verdwijnen

Nulurencontracten worden afgeschaft. In plaats daarvan komt het bandbreedtecontract. Hierin wordt een minimum- en maximumaantal uren afgesproken.

Hierbij mag het verschil maximaal 130% zijn. Dus dit betekent dat je bij een minimum van 10 uur, maximaal 13 uur mag werken. Krijgt de werknemer een oproep die boven het maximum zit? Dan mag deze geweigerd worden. Als er structureel meer wordt gewerkt, moet er een contract aangeboden worden met een hoger aantal uren.

Uitzondering: AOW-gerechtigden mogen straks nog wel op een oproepcontract blijven werken (de wet kende deze uitzondering al voor jongeren, scholieren en studenten met bijbanen)

Draaideurconstructies voorkomen

Het uitgangspunt van deze wet wordt dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk. Na een tijdelijk contract moeten werknemers sneller een vast contract krijgen. Daarom gaat de tussenpoos in de ketenregeling van 6 maanden naar 3 jaar. Hierdoor worden draaideurconstructies voorkomen.

Kortere uitzendfasen

Fase A/ 1-2 wordt wettelijk teruggebracht van 78 naar 52 weken. Daarna mag in Fase B/3 nog maximaal 2 jaar gewerkt worden op basis van tijdelijke contracten. Afwijkingen via de cao zijn straks niet meer toegestaan. Dit betekent dat een uitzendkracht na in totaal 3 jaar tijd recht heeft op een contract voor onbepaalde tijd.

Brede steun

Minister Vijlbrief is blij met de brede steun die het wetsvoorstel krijgt. “Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is. Als je dat weet kan je plannen maken voor de toekomst. En die zekerheid biedt ook ruimte voor scholing en ontwikkeling, wat goed is voor de werknemer en de werkgever. Dit wetsvoorstel heeft de steun van zowel de vakbonden als de werkgevers, en ik ben heel blij dat nu ook een grote meerderheid in de Kamer het steunt. Ik ga de Eerste Kamer vragen dit wetsvoorstel snel op de agenda te zetten, zodat we snel aan de slag kunnen. “

>